



In 1209 trok een immens leger langs de Rhone naar het zuiden, om Occitanië, zoals Zuid-Frankrijk toen heette, te gaan bevrijden. Het was Satan zelf die Occitanië in zijn greep hield, had Paus Innocentius III verklaard. En hij had de christenen elders in Europa opgeroepen tot een kruistocht tegen dit Rijk van het Kwaad. En daarbij werd in 1210 Minerve aangedaan. En ook het lot van de toenmalige inwoners van Minerve dat daar het gevolg van was raakt me elke keer weer als ik daar kom.
De leider van de kruistocht, Simon de Montfort, liet Minerve afsluiten van de buitenwereld met een groot leger. Van zijn kant van de gorges, liet hij met katapulten, over de gorges heen, een regen van stenen neerdalen op het kleine stadje. Er was geen andere mogelijkheid. Een bestorming, waarbij men eerst in de gorges zou moeten afdalen en aan de andere kant weer omhoog klimmen, was ondenkbaar.
Huis na huis in Minerve stortte onder de stenenregen ineen. Maar dat was nog niet de ergste vijand van de Minervois. Dat werd de zomerse hitte en droogte. Die was dat jaar uitzonderlijk. De rivieren in de gorges rondom Minerve waren drooggevallen, alleen iets verderop, buiten Minerve, stond nog wat water in de bedding. Maar dat diende slechts voor de belegeraars. Er was nog wel een waterput op de bodem van de gorges om Minerve, maar wie zich daarheen waagde werd meteen belaagd met pijlen van de belegeraars. De bewoners van Minerve zaten zonder water en zonder water was Minerve in de hitte van die zomer hopeloos verloren.
Er zat niets anders op dan te proberen een vergelijk te vinden. Guillaume de Minerve opende de onderhandelingen met Simon de Montfort. Afgesproken werd dat de bewoners hun woonplaats mochten verlaten met achterlating van hun goederen, maar men moest dan wel eerst één voor één het kathaarse geloof afzweren. Een Noord-Franse ridder wond zich daar aanvankelijk nogal over op. Hij was gekomen om ketters te doden, zei hij, niet om steden te veroveren:
Op deze wijze geeft u de ketters de kans om te ontkomen. Natuurlijk zullen ze doen alsof ze hun geloof afzweren om vervolgens vrij heen te gaan.
Maar de pauselijke legaat, kardinaal Arnaud-Amaury, die zich in het gezelschap van Simon de Montfort bevond, antwoordde hem:
Maak u geen zorgen, ik denk niet dat er veel hun geloof zullen afzweren.
Hij kreeg gelijk. De belegeraars trokken Minerve binnen onder het zingen van het Te Deum. Ze plantten een kruis vlak voor het kleine kerkje dat nu nog in Minerve dienstdoet en waartegenover zich nu het prachtige monument met de duif bevindt. Ze begaven zich naar een huis waar de parfaits zich verzameld hadden. Hun werd gevraagd hun geloof af te zweren. Eén van hen antwoordde:
Noch de dood, noch het leven kan ons scheiden van het geloof waarmee wij verbonden zijn.
Vervolgens gingen ze naar een ander huis waar de vrouwelijke parfaites zich bevonden. Hier probeerde Simon de Montfort zelf de vrouwen over te halen zich te bekeren. Hij zei:
Ik wil dat u allen gered wordt en kennis verwerft van de waarheid.
Het mocht niet baten. Arnaud-Amaury had zich niet vergist. Slechts drie vrouwen lieten zich op het laatste moment nog overhalen door de smeekbeden van een adellijke dame, Mathilde de Garlande, die zich in het gezelschap van de kruisvaarders bevond.
Op de bodem van een van de gorges werd een grote brandstapel opgericht. De belegeraars hoefden geen enkele moeite te doen om de katharen op de brandstapel te zetten. Ze liepen er zelf heen, en wierpen zich één voor één in de vlammen. Het waren er honderdveertig.
Het was de eerste massale verbranding van katharen na het begin van de kruistocht. Er zouden er spoedig meer volgen. In Cassès werden 60 katharen verbrand. Op de brandstapel van Lavaur vonden zelfs 400 katharen de dood. In Lavaur werden de 80 ridders die de stad hadden verdedigd opgehangen. De adellijke Dame Guiraude die de katharen had willen beschermen werd in een waterput gegooid die vervolgens met stenen werd gedempt. ‘En menig schone kettervrouw werd in het vuur geworpen,’ vertelt het Chanson de la Croisade, verwijzend naar een pervers trekje van de Noord-Fransen, die ‘daarbij grote vreugde beleefden’
Was het een reactie op de gelijkheid van de vrouwen aan de mannen bij de katharen?
Tegenover het kleine kerkje in het midden van het dorpje bevindt zich nu de steen waarin het profiel van een duif is uitgehouwen. Het is de laatste jaren een beroemd symbool van het katharisme geworden. In nagenoeg elke toeristenwinkel tref je het aan op een ansichtkaart. Wie het daarvan kent en het dan in werkelijkheid ziet is meestal verrast dat het maar zo’n klein beeldje is. De duif van Minerve werd gemaakt in 1962 door Jean-Luc Séverac in opdracht van het gemeentebestuur van Minerve. De kunstenaar is zelf wat verbaasd over de bekendheid die zijn duif heeft gekregen: “De mensen willen absoluut geloven dat het een middeleeuwse duif is. Nu, als ze dat leuk vinden, van mij mag het…” (interview in de “Cathares” special van Pyrénées Magazine uit 2000)
In Minerve, in het straatje met de toepasselijke naam Carrjera del martyrs, bevindt zich ook een prachtig museumpje. Daar wordt de geschiedenis van de katharen op schitterende wijze uitgebeeld met kleine tafereeltjes, ooit door een plaatselijke wijnboer in zijn vrije tijd met veel liefde opgebouwd. Er is een Nederlandstalige handleiding. De ontvangst door monsieur Casque die nu het museumpje beheert, is buitengewoon hartelijk. Het museumpje heet ‘Hurepel
RG 2009
Minerve